De mystiek achter idolatrie (beeldenverering)

De mystiek achter idolatrie (beeldenverering)

Door de eeuwen heen kennen diverse beschavingen en culturen het fenomeen beeldenverering. Veel latere religieuze stromingen distantieerden zich hier krachtig tegen en noemden het afgoderij. Het voornaamste argument tegen beeldenverering is vooral dat men stelt dat we god daarmee te min achten, omdat hij groter moet zijn dan een beeld, gecreëerd door de mens. In werkelijkheid hebben de lieden die dergelijke argumenten aanvoeren nimmer begrepen waar beeldenverering voor staat en waarom men dit doet. In deze blog bespreek ik de essentiële context en achtergronden van beeldenverering.

Het vereren van de schepper, waarom?
Verering van god is eigenlijk het tot uitdrukking brengen van respect en dank naar de schepper enerzijds en ons verbinden met god door vertoon van wijs, nobel, juist en correct (menselijk) gedrag, anderzijds. Correct gedrag wordt binnen de Hindoedoctrine "dharma" genoemd. Op grond van deze leerstelling pogen religieuze volgers om los te komen van o.a. arrogantie, woede, lust, jaloezie en wraakzucht.

Het vereren van god wordt binnen sommige religieuze stromingen gezien als dat de mens iets goed te maken heeft met god. En als men zich weer correct gedraagt, kan men weer tot god komen; deze lieden geloven dat god hen dan vergeeft en geraken dan weer tot hem. Vanuit een dergelijke beleving ziet de mens god als iets dat extern staat van zichzelf. Er is dan een verschil tussen de mens en god. Binnen de advaita-filosofie (non-dualisme) ziet men het goddelijke echter niet als iets dat los staat van zichzelf: god wordt gedefinieerd als omnipresent en die goddelijke essentie is overal aanwezig, dus ook in de schepping en ook in de mens.

Vanuit de zienswijze van advaita is 'de goddelijke essentie' dus overal aanwezig en is alles in de schepping een onderdeel van het goddelijke. Of er nu gesproken wordt over over planten, dieren, gesteente, edele metalen of de mens: god is in alles aanwezig. Kort samengevat: god is aanwezig in zijn eigen schepping en er is derhalve geen wezenlijk verschil tussen god en zijn schepping.

Godsbeelden: abstract en concreet
Met het bovenstaande in het achterhoofd: wie bepaald nu het beeld (of idee) dat er van god is? Als alle religieuze stromingen twijfelloos stellen dat god omnipresent is, heeft de mens de vrijheid om god te zien in hoe hij dat graag ziet. Dit is de enige reden dat de mensheid diverse godsbeelden kent en vereerd. God is namelijk zowel het vormloze aspect alsook het vormhebbende aspect. We kunnen god zien als een abstracte substantie zonder vormen, maar ook juist concreet, wél met vormen. Als mensen zich een concrete voorstelling maken van god, kunnen dat ongepersonificeerde vormen zijn (cirkels, driehoeken, ovalen, cilinders, tekens, symbolen) maar ook gepersonificeerde vormen (mensen, dieren).

Als mensen god zien als een gepersonificeerde vorm, dan lijkt god heel erg op wat men reeds kent, namelijk mens en/of dier. De Bijbel en de Quran stellen dat god de mens heeft gecreëerd op grond van zijn evenbeeld (eigen vorm). Dus god zien als een mens is geen raar idee, maar juist een algemeen geaccepteerd concept. Maar toen ontstond de gedachte dat god eigenlijk meer of groter moest zijn dan zijn creaties en schepselen, de mens of dier. Binnen het hindoeïsme en boeddhisme wordt "het goddelijke" daarom gepersonificeerd afgebeeld met nét iets meer: meer hoofden, meer handen, meer vormen en symbolen om aan te duiden dat het over het goddelijke gaat en dat het beeld van het goddelijke de menselijke perceptie te buiten gaat. Niet omdat god er persé zo uit zou moeten zien!

Uit bovenstaand schema wordt duidelijk dat elk individu een eigen idee heeft over hoe god eruit moet zien. Deze ideeën zijn symbolisch en beslist geen doel maar een middel. Zo kennen moslims concepten als de 99 schone namen van Allah, maar ook tradities als het kussen van de zwarte ovale steen in de Ka´ba. Elke religieuze doctrine stelt dat god alomtegenwoordig is en er geen beeld van hem bestaat. Dat betekent dat god dus niet alleen abstract kan zijn, maar zowel het abstracte als het concrete is en dus de menselijke perceptie van dualisme overstijgt!

Zodoende is er binnen elke religieuze stroming een beeld van wat god is en hoe "hij" eruit ziet. Dit betekent niet dat het mysterie van beeldenverering is opgelost. Want beelden worden gemaakt door mensen: waarom creëren mensen dan beelden om deze te vereren?

De essentie achter beeldenverering is logisch en symbolisch
Nu duidelijk is dat de mens logischerwijs een eigen beeld heeft van wat god is en hoe "hij" eruit kan zien, zijn er in alle religieuze stromingen diverse vormen, symbolen en tekens gebruikt om het goddelijke te definiëren. Beelden zijn immers slechts symbolisch. Elke religie, hoe zeer zij beeldenverering ook uitsluiten of zelfs verbieden, gebruikt symbolen, vormen, tekens en attributen in de uitvoering van de religie.

Christenen gebruiken symbolen als het kruis, de alfa en omega, het labarum, de ichtus, IHS, INRI, de triquetra, de bazuin, het anker en de beeltenis van Jezus en Maria. Moslims gebruiken het woord voor god (Allah) in het Arabisch geschreven, de maansikkel, het maan-ster symbool, het getal 786 op elke Quran, de Ka'ba, het knielen voor en het kussen van de zwarte ovale steen (Hadjar al-Aswad) en het drinken van Zamzam-water ten behoeve van de gezondheid. Joden gebruiken de davidster, de menora, de chai, de challa, de chanoekia, de kiddoesbeker, de kiepa, de matzah, de menorah, de mezoeza, de ramshoorn, sabatkaarsen, het sederbord en de tallet.

Uit het bovenstaande blijkt dat elke religie beelden gebruikt en daarnaast vrijwel alle religieuze volgers het bidsnoer (voor recitatie van diverse namen) gebruiken.

Dat religieuze volgers hun eigen vormen, symbolen, tekens en attributen gebruiken heeft te maken met psychologie, perceptie, associatie en projectie. De mens verbindt onder meer vormen, symbolen, tekens, figuren, kleuren, getallen en attributen aan gevoelens en emoties. Al deze zaken beïnvloeden, kleuren en definiëren ons bewustzijn en dus onze geestelijke mindset. Er is dus een een-op-een correlatie met objecten in de buitenwereld (macrokosmos) enerzijds en onze ideeën en perceptie daarvan in onze binnenwereld (microkosmos) anderzijds. Ook de Veda's stellen dat de buitenwereld onlosmakelijk met de binnenwereld is verbonden (yathaa pinde tathaa brahmaande). Als we de wereld zien als een substantie waarbij alle objecten met elkaar onlosmakelijk zijn verbonden, kijken we anders naar onszelf en de wereld. Als we een blad sla als goddelijk of heilig zien, gaan we anders om met voedsel in zijn algemeenheid. Als we ons verbonden voelen met andere mensen (ongeacht cultuur, religie, geslacht, wensen en voorkeuren) gaan we ook anders om met de medemens. Als we ons verbonden voelen met andere levensvormen dan mensen, bijvoorbeeld dieren, gaan we ook anders om met de dieren.
Kort samengevat: het beeld (of beelden) dat wij van god hebben (vormen, symbolen, tekens, figuren, kleuren, getallen, attributen) is of zijn betekenisvol vanwege diepergelegen symbolieken en daarin staan belangrijke lessen centraal. Ze bepalen hoe we ons gedragen en hoe we met zaken in de wereld omgaan.

Binnen de tradities van het hindoeïsme en boeddhisme, maar ook bij de andere oude beschavingen (zie Egypte, Griekenland, Rome), werd het goddelijke afgebeeld met onder meer diverse menselijke en dierlijke vormen. Dit symboliseert de eenheid en verbondenheid van mensen en dieren tot god. Alle beelden en afbeeldingen hebben een symbolische functie en herinneren de mensheid aan onze werkelijke idealen en dat wat goed is. Het gebruik van beelden, attributen, cijfers en vormen zijn puur symbolisch van aard. Hindoes stellen niet dat het beeld god is, men stelt dat het beeld symbolen herbergt. Deze symbolen dienen belangrijke kernwaarden in onszelf  te herinneren en op te roepen. De mensheid heeft dat generaties op generaties willen doorgeven, omdat ons bestaan (existentie) daaraan ten grondslag ligt. Een belangrijke kernwaarde is verbondenheid.

Realisatie van verbondenheid staat centraal
Het is erg belangrijk dat de mensheid zich realiseert dat alles (objecten) en iedereen (subjecten) met elkaar verbonden is en in werkelijkheid één zijn. Als individuen in staat zijn om hun werkelijkheid als zodanig te beleven, zullen ze ook in staat zijn om onbaatzuchtig te handelen: niet enkel kijken naar de behoefte van het ego, maar ook naar het grotere collectief. Zo zal men zich inspannen om bijvoorbeeld de ecologische harmonie in de wereld te bewaken en te beschermen. Het hebben van het inzicht van universele verbondenheid, dat is waar spiritualiteit immers over gaat. De feitelijkheid van de wereld is helaas, dat anti-spirituele gedachten, zoals het kapitalisme, egocentrisme, ongeremde geldzucht hebben bijgedragen aan het verkwanselen van de wereld. De mensheid heeft grote zeeën ter grote van het land Rusland leeggevist, tropische wouden in Zuid-Amerika die fungeren als de longen voor alle levensvormen op aarde weggekapt, is de medemens en dieren als object gaan zien (slavernij, kolonisatie van landen, vetmesten van dieren met chemisch groeivoer), omdat men zo nodig vlees wil eten. Onze menselijke maar tijdelijke wil gaat over lijken en is het belangrijkste in de schepping geworden. Als men inziet dat alles met elkaar in verbinding staat, kan men ook tot het begrip komen dat we anderen geen pijn moeten doen, omdat wij uiteindelijk onszelf pijn doen. Immers, alle religiën claimen toch dat god overal en in alles aanwezig is?

Universele basiswaarden als respect en liefde hebben een hele andere lading en betekenis op het moment dat we deze bezien vanuit een bril van verbondenheid. Men lijkt dit vergeten te zijn.

De machtshebbers en politici in de wereld lijken zich niet bewust van deze universele verbondenheid. De afgelopen decennia is de mensheid van collectieve geest naar individualisme gegaan: het "ik" is heden vaak belangrijker dan al het andere. Dit zou anders kunnen! Niet omdat een religie dat vertolkt of omdat god anders boos zou worden. Maar omdat op grond van het bovengenoemde het logisch is dat we het goddelijke (en dus onszelf) dienen als we collectivistisch kunnen denken. Indien we als collectief idealen borgen en dragen, dragen zij uiteindelijk onze eigen existentie en gezondheid.

Kuddegedrag
Duidelijk is dat beelden en symbolen erg belangrijk zijn, omdat zij waarden vertegenwoordigen. De waardetoekenning aan beelden en symbolen lijken individueel, echter is dit vaak niet het geval. Men heeft het gevoel dat zij voor zichzelf logisch en goed kunnen nadenken en zelf bepalen wat zij vinden. Echter, dit gevoel is onterecht, omdat men niet als individu nadenkt maar zij juist geneigd zijn het collectief te volgen (kuddegedrag). In de wereld zijn er heden zeer weinig denkers, maar juist wel veel uitvoerders en blinde volgers. Volgers van religie zijn vaak ook schapen: ze nemen aan wat een geestelijke voorganger of vermeende geleerde zegt als het in hun voordeel uitkomt. Volgers van religie denken zelden tot nimmer na over de verklaarbare rationaliteit van hun eigen gedrag. Een bekend voorbeeld zijn de Deense cartoonrellen: een krant uit Denemarken publiceerde op 30 september 2005 satirische spotprenten, onder meer de islamitische profeet. Dit leidde tot woede onder volgers van de Islam. Naar schatting zijn er wereldwijd meer dan honderd mensen om het leven gekomen door rellen (Trouw, 30 december 2006).

Het is essentieel het bovengenoemde minutieus te analyseren. Een satire is een eeuwenoude vorm van poëtische kunst. Een tekenaar zegt "dit is de profeet". Moslims wereldwijd geloven vervolgens de tekenaar (alsof zijn woord een islamitische wet is) en worden boos, terwijl de islamitische doctrine juist stelt dat de profeet niet kan worden afgebeeld. Waarom geloven mensen dan een tekenaar (een niet-moslim) die zegt dat hij de profeet heeft getekend? Als men als individu logisch kon nadenken, wist men dat de tekenaar nooit gelijk kan hebben. Men volgde echter het collectief: een kleine kern van boze lieden. Hun symbool en waardetoekenning aan de profeet, namelijk dat hij de laatste authentieke boodschapper is van god, moest triomferen. Deze kleine kern vond dat zij god en de profeet dienen, door dierlijke eigenschappen in hun gedrag op te roepen. Het gevolg was duidelijk: de meeste mensen zijn schaapjes en volgen de kudde, tot het einde van hun leven.

Een ander voorbeeld van een collectief symbool is het "rode hart": het is een universele waarde dat een rood hartje staat voor liefde. Niemand op de wereld maakt van deze waarde een discussie. tegelijkertijd is het ook zo dat niemand dit als allesomvattende waarheid claimt. Niemand wordt erom boos. We hebben als collectief overgenomen (en dus geaccepteerd) dat het symbool er is. Men zou het verschrikkelijk vinden als het symbool een negatieve lading zou krijgen, zoals gebeurd is met het swastika-symbool. Het swastika-symbool staat voor geluk, voorspoed en spiritualiteit, maar dit symbool heeft Hitler in de Tweede Wereldoorlog een negatieve lading gegeven. Voorheen werd het swastika-symbool echter wereldwijd gebruikt en stond het ook bekend als symbool voor geluk.

Terug naar de religie-discussie: in elke situatie dat een religie wordt aangevallen, verdedigen de volgers de religie, omdat zij zichzelf associëren met de religie. Men denkt niet meer als individu na over of de eigen gevoelens wel kloppen. Men denkt zijn eigen religie te kunnen verdedigen door het dierlijke in zichzelf op te roepen en gedragsuitingen te tonen vanuit agressie en haat naar de medemens. Men vergeet dat je een religie verdedigd door liefde uit te stralen en een voorbeeld te zijn voor anderen. Als een religie predikt, moet je die liefde toch immers zelf uitstralen. Maar men wordt eigenlijk wat het verafschuwd: duivels, wreed en anti-spiritueel.

De universele Veda's leren de mensheid om te komen tot het ontwikkelen van een kritisch denkvermogen en daarom altijd kritisch te zijn en niet zomaar kuddes te gaan volgen. Het blind volgen van lieden is een reden waarom religieuze stromingen zich impopulair hebben gemaakt (seksueel misbruik, hypocrisie, de eigen religie als absolute waarheid zien, oorlogen over wiens god groter is). We zien de gevolgen hiervan elke dag terug in de wereld.

Slot
Laat ik afsluiten met een filosofische quote die zeer de moeite waard is om te overpeinzen:
Ekam sat viprah bahudhaa vadanti: er is maar Eén waarheid (Eén god, Een oeressentie), al spreken geleerden erover middels diverse benaderingen.

Het geheim van beeldenverering is dus dat elke concrete symbolische vorm van verering naar het goddelijke uiteindelijk leidt tot het abstracte goddelijke. Zo dient men menselijke liefde te onderhouden om uiteindelijk te komen tot goddelijke liefde. Zo dient men respect voor voedsel te hebben, zodat men ook respect heeft voor de werkelijke schenker, het goddelijke. Zo dient men respect voor de medemens te hebben, zodat men ook groeit in spiritualiteit en komt tot het goddelijke. Zo dient men de ecologie op Aarde te respecteren en te borgen, zodat men de schepper dankt voor wat hij heeft gecreëerd.

Het vereren van god om tot zijn liefde en genade te komen zit dus nimmer in rituelen maar in onze mindset en de manier waarop wij ons gedragen in de buitenwereld (macrokomos). Het menselijk gedrag is een reflectie van zijn/haar staat van bewustzijn. Spiritueel bewustzijn wordt niet gecreëerd door kleding of status, noch symbolen of rituelen die religieuze stromingen kennen. Elk ritueel uit elke religieuze stroming is slechts een (symbolisch) middel en dient uiteindelijk hetzelfde transcendente doel: bevrijding uit de wereld van gehechtheden en eenwording met het goddelijke.

Het werkelijk kunnen veranderen van onze aard naar de goddelijke kwaliteiten die wij zelf toedichten aan god, is waar het intrinsiek om gaat. God is de spiegel van de mens. De mens dicht allerlei mooie en nobele kwaliteiten toe aan god (god heeft in elke religie velerlei namen), zodat de mens deze kwaliteiten kan vereren en zich eigen kan maken. Iets buiten onszelf vereren en die kwaliteiten niet ons eigen maken zou nergens op slaan.

Wij dichten deze kwaliteiten toe aan god, als herinnering van waar onze levensreis in werkelijkheid voor is bedoeld. Je komt tot god door de kwaliteiten die wij aan hem toedichten in het leven te praktiseren. Volgens de advaita-filosofie realiseert het individu zich uiteindelijk dat het zelf god is. Immers, in de spiegel zag men het hele leven vooral zichzelf.