Echtscheiding kan wel binnen het Hindoeïsme

Echtscheiding kan wel binnen het Hindoeïsme

De uitzending van OHM van d.d. 25 mei 2013 over scheiden binnen het Hindoeisme heeft veel stof doen opwaaien op allerlei sociale discussiefora en terecht. De uitzending is hier te vinden.

Zowel geleerden en leken discussieren graag over dit maatschappelijk thema, aangezien veel mensen – vooral hindoestaanse gescheiden vrouwen – vastlopen in hun leven. Er is vanuit de eigen gemeenschap een breedgedragen groepsgevoel, dat een hindoestaanse vrouw voor altijd getrouwd blijft. Scheiden zou niet bestaan. Evident is dat dit nooit de bedoeling kan zijn geweest in de opinie van de Veda´s en de wijze Rishi´s.

In de uitzending komen twee hindoegeestelijken (pandit’s) naar voren, de orthodoxe priester Haridatt Koendan en de progessieve priester Attry Ramdhani. In deze blog geef ik mijn analyse op grond van mijn interpretaties en inzichten over de Veda’s en het corpus aan Hindoegeschriften.

De visie van Koendan
Koendan houdt krachtig voet bij stuk dat een echtscheiding onmogelijk is vanuit het concept van het Hindoeïsme. Hij heeft voor deze stelling slechts één mager argument: “het staat nergens”. Hij kiest met zijn stugge zienswijze niet anders te kunnen concluderen, dan dat er geen oplossing is voor het probleem. Koendan wacht op nieuwe denkers die hem laten zien waar het staat. Koendan doet hiermee alsof het Hindoeïsme een concept is van verzamelingen tekst. Echter, we weten dat het Hindoeïsme meer is dan tekst; het gaat over het praktiseren en adapteren van goede leefregels, waarbij wijsheid en kennis centraal staan. De Veda’s leren ons een diepere waarheid dan de materiële waarheid en pogen ons te inspireren om de korte tijd op aarde zo goed mogelijk voor ons zelf en anderen doorbrengen, met als uiteindelijke doel moksha (verlossing) door middel van tyaagam (onthechting).

De visie van Ramdhani
Ramdhani erkent dit probleem als een maatschappelijke discussie en is van mening dat religie antwoorden moet geven op problemen die we als mensen ervaren. Hij omarmt hiermee het corpus van de Veda’s en de meningen van de Rishi’s, die handvatten hebben geschonken aan de mensheid. De handvatten dienen niet kortzichtig geïnterpreteerd te worden op een dogmatische wijze, met geboden of verboden. Integendeel, de handvatten dienen geïnterpreteerd te worden op grond van wijsheid en kennis. Ramdhani erkent hiermee dat gescheiden mensen geestelijk vastlopen. Anders dan Koendan, die een brevet van onvermogen afgeeft, draagt Ramdhani zijn verantwoordelijkheid en gaat op zoek naar een mogelijke oplossing. Wellicht niet dé oplossing, maar wel één oplossing, welke de vastgelopen mindset van een individu weer kan doen ontwikkelen en schijnen. 

Ritueel?
Er is duidelijk een behoefte aan een afsluitritueel voor een relatie waarin zich veel geestelijk leed heeft afgespeeld. Ik steun de visie van Ramdhani dan ook. In de psychotherapie is een bekend gebruik dat er rituele handelingen worden bedacht om van trauma's af te komen. Veel mensen kunnen na een turbulente agressieve relatie gewoon doorgaan met het leven. Er zijn ook veel mensen die niet makkelijk verder kunnen. Indien zij last hebben van een dergelijke geestelijke blokkade, lijkt het mij wenselijk en mogelijk dat een religieuze voorganger hierin iets probeert te doen. Zo'n ritueel hoeft geen officieel status te hebben en al helemaal geen sanskaar genoemd te worden. Als het maar werkt.

Er is veel kritiek van vooral orthodoxe hindoes dat een dergelijk ritueel niet bestaat en dus ook niet zou moeten worden ontworpen. Ik zou hen in herinnering willen brengen dat wij heden slechts 3% van de Veda's kennen en veel aan kennis zijn kwijtgeraakt. Er kan niet volmondig gesteld worden dat een dergelijk ritueel nimmer heeft bestaan. Daarnaast is het ritueel zelf niet belangrijk, elk ritueel is slechts symbolisch en vertegenwoordigd een functie of nut. Het gaat erom dat een individu weer zonder geestelijke blokkade verder kan in het leven. Dit is de grootste les van de Veda: leef en laat leven. Indien iemand dogmatisch en kortzichtig zou stellen dat dit niet "mag" omdat het niet wordt beschreven (en dus onnodig angst creëert , zou ik de wedervraag stellen: waar in de geschriften staat dat een dergelijk ritueel verboden is? De Grihya-suutra's melden wel degelijk rituelen voor allerlei maatschappelijke zaken, ook voor de echtscheiding!

De geschriften
Het is jammer dat het kenniskader uit de geschriften tijdens de uitzending niet aan bod is gekomen. Maar wat zeggen de geschriften dan eigenlijk?

Het huwelijk (Vivaah) vanuit de Hindoetraditie is bedoeld als een verbond tussen een man en een vrouw, waarbij zij beiden – na zich intellectueel en ethisch ontwikkeld te hebben - kiezen voor een leven samen, waardoor zij niet langer meer alleen, maar samen zullen werken aan ontwikkeling van het intellect, spiritualiteit, het vergaren van geld en materie. Zij worden vanaf dat moment de beste vrienden en beloven elkaar in alle periodes, situaties en levensfasen te steunen tot de dood. De teksten m.b.t. het Hindoehuwelijk zijn voornamelijk te vinden in de Rigveda.

De Nirukta (Vedische etymologie) geeft de betekenis aan van woorden in het Sanskriet. Het woord “vivaah” (huwelijk) wordt verklaard als “vishesheNa vahati iti vivaah” of wel: “vivaah is dat wat speciale rechten geeft”. Deze speciale rechten gaan over diverse zaken die een man en vrouw nu samen kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld de yagya om samen kinderen te krijgen. Het is dus logisch dat er regels worden verbonden aan iets wat speciaal is.

Maar wat als het huwelijk niet blijkt te werken en partijen hebben alles gedaan om het te laten werken? De geschriften hebben wel degelijk een oplossing. Zo spreken de geschriften van 4 classificaties van de vrouw:
1. Kumārikā: ongetrouwd
2. Saubhāgyavatī: (gelukkig) getrouwd
3. Vidhavā: weduwe
4. Punarbhū: hertrouwd (na scheiding of overlijden echtgenoot)

Narada Smriti 12.45-48 beschrijft drie types van een hertrouwde vrouw (punarbhū): de maagd, de vrouw die haar man verlaat voor een ander en de vrouw die geen zwagers heeft die haar kinderen kan geven (waar zij als een moeder voor zou kunnen zorgen).

Garuda Purana 1.107.28 stelt dat ingeval van een situatie waarbij de man niet meer traceerbaar is, dood is of zich uit de wereld heeft teruggetrokken, een vrouw kan hertrouwen.

Ook Manu Smriti 9.79 geeft aan dat er degelijk uitzonderingen zijn (op de regel dat een huwelijk niet wordt verbroken dient te worden), als de man psychisch gestoord is of gevallen is uit zijn kaste, impotent is, behoefte heeft zijn mannelijkheid te misbruiken of een straf uitzit vanwege een delict.

Het is belangrijk te erkennen en te onderstrepen dat de positie van de vrouw binnen het Hindoeïsme hoger in aanzien is dan die van de man. Een vrouw heeft volgens het Hindoeïsme het recht om geheel uit eigen wil (zonder dwang) haar partner te kiezen, volgens het systeem van svayamvara (diverse verwijzingen uit o.a. Rigveda en Mahabharata). In de bekende mandala van Rigveda 10.85 wordt het huwelijk tussen Sūryā (zon) en Soma (maan) beschreven. Hierin staat onder meer vermeld dat de schoondochter door de hele familie zal moeten worden behandeld als een koningin (samrajni), zo melden onder meer Rigveda 10.85.27 en Rigveda 10.85.46. Eerlijkheidshalve moet men concluderen dat men in de hedendaagse feitelijke praktijk niet zodanig met een schoondochter om gaat. Echter, op grond hiervan is het onzinnig om de hedendaagse vrouw het recht te ontnemen dat zij niet mag scheiden. Dit gaat tegen de mening van de Rigveda in.

Een ander belangrijk punt is het feit dat mannen niet voorgetrokken mogen worden ten opzichte van vrouwen. Rigveda 10.191-3 stelt dat de rechthebbende op de Vedische mantra’s in gelijke mate zowel de man als de vrouw is! Er staat een smeekbede vermeld; “moge er nimmer discriminatie zijn tussen mannen en vrouwen”. Gelet hierop is het belachelijk om te stellen dat een man wel zou kunnen hertrouwen en een vrouw niet.

De grote geleerde Chanakya (ook bekend als Kautilya) beschrijft in zijn Artha Shāstra III.2.48: “Als een echtgenoot slecht is, langdurig afwezig is buiten het koninkrijk, een landverrader is, zijn (gezins)leven in gevaar brengt, zijn eer verliest of zijn mannelijkheid kwijt is; zo een echtgenoot mag door zijn echtgenote verlaten worden.”

De grote wijze Rishi Vasishta beschrijft in zijn Vasishta Dharmasmriti XVII.20: “Een vrouw die haar echtgenoot heeft verlaten die impotent was, gevallen was in kaste of wanneer hij reeds is overleden, vindt een andere echtgenoot en is dan een hertrouwde vrouw (punarbhū)." Een stuk verder in hetzelfde geschrift (in Vasishta Dharmasmriti XVII.77) meldt Vasishta: “Indien zij (de vrouw) op het gebied van dharma en financiën niet vooruitgaat, zou zij zich moeten gedragen alsof hij dood is.”

Conclusie
Het is duidelijk dat de geschriften en de wijze Rishi’s en andere geleerden de positie van de vrouw op een gezonde en rechtvaardige manier hebben bediscussieerd zonder onderscheid te maken tussen man en vrouw. Het is ook duidelijk dat de geschriften de status van het huwelijk als speciaal beschouwen en dat het huwelijk in beginsel wordt aangegaan tot de dood. Maar het is ook duidelijk dat de geschriften ook duidelijke uitzonderingen geven en zowel de man alsook de vrouw in staat stellen om te scheiden. Het Hindoeïsme leert ons niet om - tegen de eigen (intellectuele en spirituele) ontwikkeling in - een huwelijk in stand te houden, omdat scheiden niet zou mogen!

De persoon die stelt dat scheiden niet wordt besproken en derhalve niet is toegestaan volgens het Hindoeïsme is daarom een dwaas. Een dwaas bevindt zich intellectueel in duisternis en is niet in staat op een wijze en krachtige manier te adviseren en te helpen. Een passende wijsheid uit het Sanskriet:

“Sarvasya aushadham asti shaastra vihitam murkhasya naasti aushadham”
De geschriften melden voor alles een remedie, maar er is geen remedie voor een dwaas.

De gezondheid en vitaliteit van onze eigen gemeenschap dient altijd voorop te staan. Ik hoop dat de gemeenschap en ook de eigen orthodoxe geestelijke voorgangers de ogen openen, zodat we op een wijze manier dergelijke taboes kunnen bespreken en oplossen. God staat voor liefde en religie moet altijd een oplossing bieden voor dergelijke (ernstige) maatschappelijke problemen. Door dogmatische normen als geboden en verboden te blijven hanteren (die het 
Hindoeïsme overigens niet kent), maken wij ons en onze gemeenschap intellectueel gehandicapt. Het wordt tijd dat we wakker worden en de directe leefgemeenschap waarin we leven inspireren en verder helpen vanuit de kerngedachte van liefde en kennis.